Opschortingsrecht: wanneer mag je je eigen prestatie uitstellen?
🇳🇱 Dit artikel is geschreven op Nederlands recht. De genoemde wetsartikelen en termijnen gelden zo niet in jouw land; de contractmodellen maken we voor jou wél naar het recht dat bovenaan staat ingesteld.
Je hebt een klus geklaard voor een klant, maar de factuur van een eerdere opdracht staat nog steeds open. Nu vraagt diezelfde klant om weer iets te leveren. Moet je gewoon doorwerken en hopen dat het geld ooit komt? Of mag je zeggen: eerst betalen, dan lever ik verder? Dit soort situaties komt vaak voor, en het antwoord ligt vaak in het opschortingsrecht.
Wat regelt artikel 6:52 BW?
Artikel 6:52 BW geeft je een krachtig drukmiddel. De kern is simpel: als je een opeisbare vordering hebt op je wederpartij, mag je jouw eigen prestatie opschorten totdat die vordering wordt voldaan. Met andere woorden: je mag je eigen verplichting tijdelijk 'op pauze' zetten zolang de ander zijn deel van de afspraak niet nakomt.
Een opeisbare vordering betekent dat de betaaltermijn is verstreken en de ander dus daadwerkelijk moet betalen. Zolang die betaaltermijn nog loopt, is er nog geen sprake van opeisbaarheid en mag je nog niet opschorten.
Wel is er een belangrijke voorwaarde: er moet voldoende samenhang zijn tussen jouw vordering en de verplichting die je wilt opschorten. Die samenhang wordt bijvoorbeeld aangenomen als beide verplichtingen voortvloeien uit dezelfde overeenkomst, of uit zaken die je regelmatig met elkaar doet. Je kunt dus niet zomaar elke willekeurige levering stopzetten omdat de ander je ooit ergens anders geld schuldig was.
Waarom is dit handig voor jou?
Het opschortingsrecht geeft je een sterke onderhandelingspositie zonder dat je meteen naar de rechter hoeft. In plaats van jouw prestatie te leveren en daarna maar te moeten wachten op betaling, draai je de druk om. Je houdt iets in handen waar de ander op zit te wachten. Dat motiveert de wederpartij vaak sneller dan een boze brief.
Een bijkomend voordeel: door op te schorten voorkom je dat je zelf verder in de problemen komt. Je stopt namelijk met investeren in een klant die zijn afspraken niet nakomt. Zo beperk je je risico.
Let op de grenzen
Het opschortingsrecht is krachtig, maar niet grenzeloos. Je opschorting moet in verhouding staan tot wat de ander je verschuldigd is. Een hele grote levering stopzetten omdat er nog een klein bedrag openstaat, kan al snel onredelijk zijn. De rechter kijkt daar kritisch naar als het tot een conflict komt.
Belangrijk is ook dat opschorten iets anders is dan de overeenkomst beëindigen. Je zet de zaak tijdelijk stil, maar de afspraak blijft bestaan. Zodra de ander betaalt, moet je gewoon weer leveren of presteren zoals afgesproken. Opschorting is dus een tijdelijk drukmiddel, geen definitief einde.
Concrete aandachtspunten
- Controleer de opeisbaarheid. Schort pas op als de betaaltermijn echt verstreken is. Doe je het te vroeg, dan schiet je zelf tekort en kan de rol worden omgedraaid.
- Houd het proportioneel. Zorg dat wat je opschort in redelijke verhouding staat tot het openstaande bedrag. Een klein openstaand bedrag rechtvaardigt geen enorme prestatie stopzetten.
- Leg het schriftelijk vast. Laat de ander weten dat je opschort en waarom. Zo voorkom je dat het lijkt alsof je zelf zomaar niet nakomt, en heb je bewijs als er later discussie ontstaat.
Het opschortingsrecht is een van de nuttigste instrumenten die je als ondernemer hebt bij wanbetaling. Gebruik het weloverwogen: op het juiste moment, in de juiste verhouding en met een duidelijke boodschap aan de wederpartij. Dan werkt het in jouw voordeel.
Direct zelf regelen?
Stel het bijpassende model gratis op met Lexparaat — een jurist tekent jouw exemplaar.
Bronnen
art. 6:52 BW — Opschortingsrecht. Wie een opeisbare vordering op zijn wederpartij heeft, mag de eigen prestatie opschorten totdat die vordering wordt voldaan. wettekst↗ · rechtspraak↗
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.