Wetboek · Burgerlijk Wetboek Boek 7 · geldig vanaf 2026-07-01

Artikel 7:295 BW — wettekst en uitleg

1. Een opgezegde huurovereenkomst blijft, tenzij de huurder de overeenkomst heeft opgezegd of na de opzegging door de verhuurder schriftelijk in de beëindiging ervan heeft toegestemd, na de dag waartegen rechtsgeldig is opgezegd van rechtswege van kracht, tot de rechter onherroepelijk heeft beslist op een vordering van de verhuurderals in lid 2 bedoeld. De rechter kan evenwel, indien het verweer van de huurder hem kennelijk ongegrond voorkomt, zijn toewijzend vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

2. De verhuurder kan, indien hij zes weken na de opzegging niet van de huurder een schriftelijke mededeling heeft ontvangen dat hij in de beëindiging van de huurovereenkomst toestemt, op de gronden vermeld in de opzegging vorderen dat de rechter het tijdstip zal vaststellen waarop de overeenkomst zal eindigen.

Officiële tekst, Burgerlijk Wetboek Boek 7, toestand geldig vanaf 2026-07-01 · bekijk op wetten.overheid.nl↗

Contracten die op dit artikel rusten

1 model van Lexparaat verankeren een clausule in artikel 7:295 BW.

Dit is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.

Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 7 (BWBR0005290), toestand geldig vanaf 2026-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.

Zie zelf wat er in je contract staat

Plak een contract, en Lexparaat leest eruit welke termijnen en risico's het bevat — elk met het letterlijke citaat erbij. Gratis, geen account nodig.

Scan een contract