Artikel 3:227 BW — wettekst en uitleg
1. Het recht van pand en het recht van hypotheek zijn beperkte rechten, strekkende om op de daaraan onderworpen goederen een vordering tot voldoening van een geldsom bij voorrang boven andere schuldeisers te verhalen. Is het recht op een registergoed gevestigd, dan is het een recht van hypotheek; is het recht op een ander goed gevestigd, dan is het een recht van pand.
2. Een recht van pand of hypotheek op een zaak strekt zich uit over al hetgeen de eigendom van de zaak omvat.
Officiële tekst, Burgerlijk Wetboek Boek 3, toestand geldig vanaf 2025-07-01 · bekijk op wetten.overheid.nl↗
In gewone taal
Pandrecht en hypotheekrecht — Dit artikel omschrijft pandrecht en hypotheekrecht als beperkte rechten waarmee een schuldeiser een geldvordering met voorrang op andere schuldeisers kan verhalen op een goed, waarbij hypotheek geldt voor registergoederen en pand voor andere goederen. Voor een ondernemer betekent dit dat een schuldeiser die pand of hypotheek op een bedrijfsmiddel heeft, bij wanbetaling vóór concurrente schuldeisers uit de opbrengst wordt voldaan. Rust een pand- of hypotheekrecht op een zaak, dan omvat dit recht alles wat tot de eigendom van die zaak behoort.
Samenvatting in gewone taal van de officiële tekst hierboven, automatisch opgesteld. Geen juridisch advies; de wettekst zelf is leidend.
Contracten die op dit artikel rusten
4 modellen van Lexparaat verankeren een clausule in artikel 3:227 BW.
Dit is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.
Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 3 (BWBR0005291), toestand geldig vanaf 2025-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.