Artikel 2:191 BW — wettekst en uitleg
1. Bij het nemen van het aandeel moet daarop het nominale bedrag worden gestort. Bedongen kan worden dat het nominale bedrag of een deel daarvan eerst behoeft te worden gestort na verloop van een bepaalde tijd of nadat de vennootschap het zal hebben opgevraagd.
2. Een aandeelhouder kan niet geheel of gedeeltelijk worden ontheven van de verplichting tot storting, behoudens het bepaalde in artikel 208.
3. De aandeelhouder en, in het geval van artikel 199, de voormalige aandeelhouder zijn niet bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
Officiële tekst, Burgerlijk Wetboek Boek 2, toestand geldig vanaf 2026-07-01 · bekijk op wetten.overheid.nl↗
In gewone taal
Storting op aandelen — Dit artikel regelt de verplichting van een aandeelhouder om het nominale bedrag van zijn aandeel te storten. Voor een mkb-ondernemer betekent dit dat bij oprichting of uitgifte van aandelen het nominale bedrag betaald moet worden, al kan worden afgesproken dat storting pas later plaatsvindt, na een bepaalde termijn of nadat de vennootschap erom vraagt. De tekst bepaalt dat een aandeelhouder niet geheel of gedeeltelijk van deze stortingsplicht kan worden vrijgesteld, behalve in het in artikel 208 genoemde geval. Verrekening van deze stortingsschuld door de aandeelhouder of voormalige aandeelhouder is uitgesloten.
Samenvatting in gewone taal van de officiële tekst hierboven, automatisch opgesteld. Geen juridisch advies; de wettekst zelf is leidend.
Contracten die op dit artikel rusten
8 modellen van Lexparaat verankeren een clausule in artikel 2:191 BW.
Dit is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.
Bron: wetten.overheid.nl — Burgerlijk Wetboek Boek 2 (BWBR0003045), toestand geldig vanaf 2026-07-01, opgehaald 10-09-2026 uit de BWB-repository van de overheid. Wetteksten zijn vrij van auteursrecht (art. 11 Auteurswet); de uitleg en de contractmodellen zijn van Lexparaat.