Contract van onbepaalde duur opzeggen: wat zegt artikel 5.75 BW?
Je werkt al jaren samen met een vaste leverancier of dienstverlener. Er is nooit een einddatum afgesproken; de samenwerking loopt gewoon door. Maar op een dag wil je ervan af, omdat je een beter aanbod hebt gevonden of omdat het gewoon niet meer klikt. Kan je die overeenkomst zomaar stopzetten? En hoeveel tijd moet je de andere partij geven? Veel ondernemers lopen tegen die vraag aan bij contracten waar geen looptijd in staat.
Wat regelt artikel 5.75 BW?
Artikel 5.75 van het Burgerlijk Wetboek gaat over overeenkomsten van onbepaalde duur. Dat zijn contracten waarin geen einddatum en geen vaste looptijd is opgenomen. Denk aan een doorlopende samenwerking met een leverancier, een onderhoudscontract of een afname-afspraak die je ooit hebt gemaakt en die sindsdien blijft lopen.
De kern is eenvoudig: elke partij kan zo'n contract te allen tijde opzeggen. Je zit dus niet voor het leven vast aan een samenwerking zonder einddatum. De wet gaat ervan uit dat niemand zich eeuwig kan verbinden. Maar aan die vrijheid hangt wel een belangrijke voorwaarde: je moet een redelijke opzeggingstermijn respecteren.
Wat is een redelijke opzeggingstermijn?
Je kan een lopende samenwerking dus niet van de ene op de andere dag stopzetten. De andere partij moet de tijd krijgen om zich aan te passen, bijvoorbeeld om een nieuwe klant of leverancier te vinden. Wat 'redelijk' is, hangt af van de omstandigheden. Er bestaat geen vaste tabel die zegt: zoveel jaar samenwerking betekent zoveel maanden opzeg. Toch spelen enkele elementen bijna altijd mee:
- De duur van de samenwerking: hoe langer jullie al samenwerken, hoe langer de termijn doorgaans moet zijn.
- De mate van afhankelijkheid: als de andere partij grotendeels op jouw opdrachten draait, is er meer tijd nodig om dat op te vangen.
- Gedane investeringen: heeft de andere partij speciaal voor jullie samenwerking kosten gemaakt, dan telt dat mee.
- Wat gebruikelijk is in de sector.
Zet je de overeenkomst stop zonder redelijke termijn, dan riskeer je een schadevergoeding te moeten betalen. De opzegging zelf blijft geldig, maar het te kort geven van tijd kan je duur komen te staan.
De rol van je eigen afspraken
Deze regel geldt als er niets anders is afgesproken. In de praktijk kan je in je contract of in je algemene voorwaarden zelf een opzeggingstermijn vastleggen. Staat er bijvoorbeeld dat elke partij mag opzeggen met een termijn van drie maanden, dan is dat het uitgangspunt. Duidelijke afspraken vooraf voorkomen discussie achteraf. Heb je niets zwart op wit staan, dan val je terug op de 'redelijke termijn', en dat is nu net waar vaak onenigheid over ontstaat.
Waar moet je op letten?
- Zet opzegging altijd schriftelijk op papier. Stuur je opzegging aangetekend of via een kanaal waarvan je een bewijs hebt, met een duidelijke einddatum. Zo staat vast wanneer de termijn begint te lopen en vermijd je betwisting.
- Bepaal de termijn vooraf in je contracten. Neem in je overeenkomsten of algemene voorwaarden een concrete opzeggingstermijn op. Dat geeft jou en de andere partij zekerheid en vermijdt de moeilijke discussie over wat 'redelijk' is.
- Wees niet te kort door de bocht. Zelfs als je snel weg wil, weeg goed af hoe lang de samenwerking al loopt en hoe afhankelijk de andere partij is. Een te korte termijn kan leiden tot een claim, ook al mocht je in principe opzeggen.
Kortom: een samenwerking zonder einddatum houdt je niet gevangen, maar netjes afscheid nemen vraagt om een redelijke termijn en een duidelijke, schriftelijke opzegging.
Bronnen
art. 5.75 BW (BE) — Contract van onbepaalde duur. Een contract van onbepaalde duur kan elke partij te allen tijde opzeggen, met een redelijke opzegtermijn. wettekst↗
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Twijfel je over jouw situatie? Scan je contract gratis — en als het advies moet worden, tekent er een jurist.